Item: Gedragssymptomen

Uit interRAI-PEDIA, E-Learning voor RAIview
Ga naar: navigatie, zoeken

TriangleArrow-Left.pngItem: Zelfgemelde stemmingsitems Item: Gedragssymptomen Sectie: Stemming en gedragTriangleArrow-Right.png

Terug naar sectie Stemming en gedrag
Terug naar overzichtspagina Secties en Vragen


Bedoeling

Het vastleggen van de aanwezigheid en frequentie van de in de laatste 3 dagen of daarvoor geobserveerde specifieke gedragsindicatoren, ongeacht de veronderstelde oorzaak van de indicator. Dit is vooral gericht op gedrag dat last veroorzaakt en/of mogelijk schade berokkent aan de cliënt of last veroorzaakt of storend is voor anderen met wie de cliënt samenwoont.

Het vaststellen en documenteren van de gedragssymptomen van de cliënt verschaft een basis voor nadere evaluatie, zorgplanning en het geven van eenduidige, goede zorg die erop is gericht om de ernst en de frequentie van de gedragssymptomen te verminderen.


Definities

a. Zwerfgedrag

Loopt doelloos rond, zich schijnbaar niet bewust van behoeften of veiligheid.

Een cliënt met zwerfgedrag lijkt geen besef te hebben van lichamelijke behoeften of veiligheid. Zwerfgedrag moet onderscheiden worden van doelgericht voortbewegen (bijv., iemand die honger heeft en de afdeling afloopt op zoek naar voedsel). Zwerfgedrag kan zich manifesteren bij lopen of in een rolstoel. Op en neer lopen moet niet tot zwerfgedrag worden gerekend.


b. Verbaal lastigvallen

Bijvoorbeeld:

  • bedreigde anderen
  • schreeuwde naar ze
  • vloekte tegen ze


c. Lichamelijk lastigvallen

Bijvoorbeeld:

  • sloeg
  • duwde
  • krabde
  • viel seksueel lastig


d. Sociaal ongepast of storend gedrag

Bijvoorbeeld:

  • maakte storende geluiden
  • lawaai
  • gilde
  • smeerde/gooide met eten/feces
  • hamsterde
  • snuffelde in andermans spullen


e. Ongepast openlijk seksueel gedrag of zich in het openbaar uitkleden

Seksueel gedrag moet alleen als ongepast worden beschouwd als het niet in overeenstemming is met de gebruikelijke sociale normen (bijv., zich opzettelijk ontbloten, in het openbaar of in een kamer waar anderen bij zijn masturberen, onaanvaardbare seksuele gebaren maken, aanraken, knijpen). Het gaat hier niet om seksuele activiteit die privé wordt gedaan (alleen of tussen toestemmende volwassenen). In het geval van zich uitkleden moet u de aan- of afwezigheid en frequentie daarvan coderen, niet de bedoeling. Codeer dit item bijvoorbeeld als “1” of hoger als een cliënt zegt zich in het openbaar te moeten uitkleden omdat er geen plaatsen beschikbaar waren waar hij/zij zich kon afzonderen.


f. Verzet tegen zorg

Bijvoorbeeld:

  • geneesmiddelen/injecties
  • hulp bij ADL of eten

Deze categorie omvat niet gevallen waarin cliënt een weloverwogen keuze heeft gemaakt om bepaalde zorg niet te willen ontvangen (bijv., de cliënt heeft zijn/haar recht uitgeoefend om een behandeling te weigeren en reageert negatief als anderen de behandeling proberen door te zetten). Tekenen van verzet kunnen verbaal of lichamelijk zijn (bijv., verbaal weigeren van zorg, de zorgverlener wegduwen, krabben).


Proces

Neem een objectief gezichtspunt in ten opzichte van gedragssymptomen. Het coderen van dit item richt zich op de daden van de cliënt, niet op de bedoeling achter de daden. Het is vaak moeilijk om de betekenis van een bepaald gedrag te achterhalen. Het is daarom belangrijk om de beoordeling te beginnen met het vastleggen van de aanwezigheid en frequentie van de symptomen. Dat anderen aan het gedrag gewend zijn geraakt en de vermoedelijke bedoeling van de cliënt bagatelliseren (“Hij wil niet echt iemand pijn doen. Hij is alleen maar bang.”) doet aan deze codering niet af. Bepaal als basis voor het coderen van dit item of de cliënt het gedragssymptoom vertoont of niet.

Observeer de cliënt gedurende uw beoordeling. Observeer hoe hij/zij op de pogingen van een verzorger om zorg te verlenen reageert. Raadpleeg de zorgverleners. Het is vooral belangrijk dat van alle ziekenverzorgenden en niet-verplegend personeel (bijv., maatschappelijk werkers, psychologen) die contact hebben met de cliënt naar inbreng wordt gevraagd.

Richt de aandacht van de zorgverleners op het feitelijk gedrag van de cliënt gedurende de laatste drie dagen. Kijk tenslotte, ofschoon het onvolledig kan zijn, in het cliëntdossier voor daarin vastgelegde gegevens.


Codering

Codeer voor de aanwezigheid en frequentie van elk gedragssymptoom in de laatste 3 dagen, ongeacht wat u denkt dat de onderliggende oorzaak van het gedrag is. Denk eraan voor zowel de aanwezigheid van het gedrag als ook het aantal dagen en hoe vaak per dag te coderen waarop het gedrag werd getoond. Gebruik de volgende codes:

  1. Niet aanwezig
  2. Aanwezig, maar in de laatste 3 dagen niet vertoond
    Let op: gebruik deze code alleen als u weet dat de toestand aanwezig en actief is, maar niet in de laatste 3 dagen werd waargenomen.
  3. Op 1-2 dagen van de laatste 3 dagen vertoond
  4. Dagelijks in de laatste 3 dagen vertoond


Gebruik van deze vraag in uitkomsten en rapportages

De beantwoording van deze vraag wordt in de volgende rapportages en uitkomsten gebruikt:


CAP: Gedrag


CAP: Cognitie

Zorgzwaarte

Kwaliteitsindicatoren