Item: Mogelijke depressie, angst, droefenis

Uit interRAI-PEDIA, E-Learning voor RAIview
Ga naar: navigatie, zoeken

TriangleArrow-Left.pngSectie: Stemming en gedrag Item: Mogelijke depressie, angst, droefenis Item: Zelfgemelde stemmingsitemsTriangleArrow-Right.png

Terug naar sectie Stemming en gedrag
Terug naar overzichtspagina Secties en Vragen


Bedoeling

Het vastleggen van de aanwezigheid en frequentie van de in de laatste 3 dagen of daarvoor geobserveerde indicatoren, ongeacht de veronderstelde oorzaak. In sommige gevallen is een indicator wellicht in de laatste 3 dagen niet waargenomen, maar is deze nog steeds “aanwezig” en actief op een wijze dat de indicator van belang is voor de huidige zorgbehoefte van de cliënt. Wanneer de indicatoren met andere items in het instrument worden gecombineerd, kunnen ze informatie verschaffen over de ernst van de problematiek van de cliënt.


Definities

Gevoelens van psychisch lijden kunnen door de depressieve, angstige of bedroefde cliënt direct worden geuit. Psychisch lijden kan ook non-verbaal of door gedrag worden geuit dat kan worden waargenomen door de cliënt te observeren tijdens de gebruikelijke dagelijkse routinebezigheden.

  1. Deed negatieve uitspraken
    Bijvoorbeeld: "Het doet er allemaal niet aan toe." "Was ik maar dood." "Wat voor zin heeft het." "Het spijt me zolang te hebben geleefd;" "Laat me doodgaan."
  2. Aldoor boos op zichzelf of anderen
    Bijvoorbeeld: gemakkelijk geërgerd, boos over de ontvangen zorg.
    NB. Wees bedacht op verbale uitingen van boosheid, maar ook op non- verbale uitingen of op gedrag dat op blijvende boosheid duidt.
  3. Uitingen (ook non-verbale) van wat onrealistische angsten lijken
    Bijvoorbeeld: angst om in de steek te worden gelaten, alleen gelaten te worden, samen met anderen te zijn; intense angst voor specifieke voorwerpen of situaties.
  4. Herhaald klagen over gezondheid
    Bijvoorbeeld: vraagt aldoor aandacht van arts, onophoudelijk bezorgd over lichaamsfuncties.
  5. Herhaald angstig klagen/bezorgd zijn (niet met gezondheid samenhangend)
    Bijvoorbeeld: zoekt steeds aandacht/geruststelling over dagindeling, maaltijden, de was, kleren, omgang met anderen.
  6. Droevige, gepijnigde, zorgelijke gelaatsuitdrukkingen
    Bijvoorbeeld: diepe rimpels, constant wenkbrauwen fronsen
  7. Huilen, gemakkelijk in tranen uitbarstend
  8. Herhaald zeggen dat iets vreselijks staat te gebeuren
    Bijvoorbeeld: denkt stervend te zijn, een hartaanval te hebben.
  9. Zich terugtrekken uit interesses of activiteiten
    Bijvoorbeeld: verlies van belangstelling voor lang bestaande activiteiten, of samenzijn met familie of vrienden.
    NB. Deze indicator gaat over een wezenlijke afname in het niveau van deelname aan activiteiten of omgang met lang bestaande relaties.
  10. Verminderde sociale omgang
    Deze indicator gaat over veranderingen in het algehele niveau van omgaan met anderen, niet slechts familie.
  11. Uiten, ook non-verbaal, van ontbreken van plezier in het leven
    Bijvoorbeeld: "Ik heb nergens meer plezier in".
    NB. Deze indicator meet anhedonia, waarbij de cliënt niet langer in staat is om van activiteiten of situaties te genieten die normaal plezierig worden gevonden.


Proces

Praat met de cliënt zoals u met hem/haar zou praten bij een onderzoek naar geestelijk functioneren. Hou eerder gedane uitingen van de cliënt in gedachten en ook de observaties die u en anderen hebben gedaan over verbale en non-verbale indicatoren van het geestelijk functioneren.

Sommige mensen zijn meer verbaal dan anderen en doen directe uitspraken over hun gevoelens. Andere onthullen alleen zulke gevoelens als ze er naar worden gevraagd. Wanneer de cliënt gevoelens onder woorden brengt van psychisch lijden (bijv., huilen), vraag dan hoe lang dat al aanwezig is.

Anderen zijn wellicht niet in staat hun gevoelens te uiten omdat ze de woorden niet kunnen vinden om te beschrijven hoe ze zich voelen of missen het inzicht of het vermogen daartoe. Observeer een cliënt zorgvuldig op indicatoren, zowel ten tijde van de geplande beoordeling als ook in elk direct contact dat u in de 3 dagen observatie van deze beoordeling heeft.

Denk aan culturele verschillen in het uiten van deze indicatoren. Cliënten kunnen meer of minder gemakkelijk geestelijke problemen, emoties en gevoelens uiten vanwege hun culturele normen. Stel uw interpretatie van een indicator niet bij naar beneden op basis van uw verwachtingen over de culturele achtergrond van de cliënt. Aan de andere kant is het van belang extra gevoelig te zijn voor deze indicatoren bij personen die vanwege hun cultuur meer stoïcijns zijn in hun uitingen.

Raadpleeg andere zorgverleners of familie/vrienden die directe kennis hebben over het typische en huidig gedrag van de cliënt. Er kan ook relevante informatie in het cliëntdossier staan, hoewel dit niet noodzakelijk gedetailleerd is. In situaties waarin er een verschil is tussen hetgeen door de cliënt wordt gezegd en wat u observeert en/of door anderen wordt verteld, gebruik dan uw klinisch oordeel om te bepalen wat het beste antwoord is.


Codering

Codeer de aan- en afwezigheid van elke indicator, ongeacht wat u denkt over de onderliggende oorzaak van het probleem. Codeer zowel de aanwezigheid van de indicator als het aantal dagen waarop de indicator werd getoond, ongeacht hoe vaak dat per dag was. Gebruik daarvoor de volgende codes:

  1. Niet aanwezig
  2. Aanwezig, maar in de laatste 3 dagen niet vertoond
    Let op: Gebruik deze code alleen als u weet dat de toestand aanwezig en actief is, maar niet in de laatste 3 dagen werd waargenomen.
  3. Op 1-2 van de laatste 3 dagen vertoond
  4. Dagelijks in de laatste 3 dagen vertoond


Voorbeelden van coderingen:

De heer S. is onlangs opgenomen bij de zorgorganisatie. Hij is van streek en boos als zijn dochter hem bezoekt. Ze heeft hem afgelopen week elke dag bezocht. Hij klaagt bij haar en de zorgverleners dat “zij me deze rotzooi heeft aangedaan”. Hij straft haar “voor hem niet in huis te willen nemen”, en hij hekelt haar “dat ze een ondankbare dochter is”. Nadat ze weg is krijgt hij spijt, ziet hij er triest uit, huilt en zegt: “Wat doet het ertoe. Ik deug nergens voor. Was ik maar gelijk met mijn vrouw doodgegaan.”

Code “3” voor a. (Deed negatieve uitspraken), b. (Aldoor boos op zichzelf of anderen), f. (Bedroefde, gepijnigde of zorgelijke gelaatsuitdrukking), g. (Huilen, gemakkelijk in tranen uitbarstend). De resterende Stemmingsitems moeten als “0” worden gecodeerd.


Gebruik van deze vraag in uitkomsten en rapportages

De beantwoording van deze vraag wordt in de volgende rapportages en uitkomsten gebruikt:


CAP: Activiteiten


CAP: Cognitie

CAP: Mishandeling

Zorgzwaarte

Kwaliteitsindicatoren