Item: Zelfdoen bij Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL)

Uit interRAI-PEDIA, E-Learning voor RAIview
Ga naar: navigatie, zoeken

TriangleArrow-Left.pngItem: Zelfdoen en capaciteit bij huishoudelijke activiteiten (IADL) Item: Zelfdoen bij Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL) Item: VoortbewegingTriangleArrow-Right.png

Terug naar sectie Algemeen dagelijks functioneren
Terug naar overzichtspagina Secties en Vragen


Bedoeling

Het vastleggen van hetgeen de cliënt gedurende de laatste drie dagen bij activiteiten van het dagelijks leven aan zelfzorg deed.


Definities

Zelfdoen bij ADL

Metingen zijn gebaseerd op alle episodes van de activiteit in de laatste drie dagen. Het gaat daarbij om de volgende op het doen ervan gebaseerde items:

  1. Baden
  2. Persoonlijke hygiëne
  3. Kleden boven
  4. Kleden onder
  5. Wandelen
  6. Zich verplaatsen
  7. Transfer toilet
  8. Toiletgebruik
  9. Beweeglijkheid in bed
  10. Eten

Gereedzethulp

Hulp die gekenmerkt wordt door het aanreiken van voorwerpen, apparaten of voorbereiding die noodzakelijk is voor een grotere mate van zelfdoen van de cliënt bij een activiteit. De hulpgever zou na het aanreiken de cliënt gedurende de uitvoering van de activiteit alleen moeten kunnen laten. Als de hulpgever moet blijven, ontvangt de cliënt toezicht en moet een “2”, Toezicht, worden gecodeerd.

Voorbeelden van gereedzethulp:

Zelfverzorging: Geven van een wasteil, washandje en kam

Lopen: De cliënt een driepoot of stok in handen geven.

Toiletgebruik: De cliënt een urinaal aanreiken of voorwerpen binnen bereik neerzetten die noodzakelijk zijn voor het wisselen van een stoma.

Eten: Vlees snijden of deksels van schalen halen; dienblad naar tafel brengen; één voedselcategorie per keer opscheppen.

Gewichtdragende hulp

Cliënten hebben een verschillende mate van lichamelijke hulp nodig om ADL-taken te kunnen volbrengen. Een sleutelbegrip in het schalen van deze hulp is de mate van gewichtdragende hulp. In het geval dat een cliënt niet rechtop zit of staat, verwijst gewicht dragen naar gewicht ondersteunen (dat wil zeggen, een hulpgever draagt het volle gewicht van een arm bij het helpen aantrekken van een shirt). In het geval dat een cliënt staat of loopt, verwijst gewicht dragen naar het gewicht dragen van iemand door hem/haar onder de armholte vast te houden en in staat te stellen op de arm van de hulpgever te leunen. Het sturen van de bewegingen met minimaal lichamelijk contact en aanraken met nu en dan lichamelijke hulp worden niet als gewichtdragend beschouwd.

Activiteit kwam niet voor ten opzichte van totale afhankelijkheid

Verwar de totale afhankelijkheid van iemand in een ADL-activiteit (code “6”) niet met het niet voorkomen van de activiteit (code “8”). Bijvoorbeeld, zelfs iemand die sondevoeding ontvangt en geen voedsel of vocht via de mond is nog steeds bezig met eten (voeding ontvangen) en moet bij de categorie voor eten beoordeeld worden op het niveau van hulp bij dit proces. Iemand die zeer betrokken is in het zichzelf geven van de sondevoeding is niet geheel afhankelijk en moet niet als “6” worden gecodeerd, maar met een lagere code, afhankelijk van de aard van de hulp die hij/zij van anderen krijgt.


Proces

Om het functioneren van de cliënten te beschrijven moet de beoordelaar zich eerst een idee vormen van alle episodes op elke ADL-gebied in de laatste drie dagen. Stel vast wat de cliënt zelf doet en bepaal de aard van de gegeven hulp (als er van hulp sprake is).

Wanneer het zelfdoen op een ADL-gebied in de laatste drie dagen variatie vertoont, bepaal dan de drie episodes waarin de cliënt het meest afhankelijk van hulp was – d.w.z., de episodes wanneer de cliënt de meeste zorg of hulp van anderen ontving. De samenvatting daarvan die wordt gedaan om tot ADL- scores te komen (zoals beneden omschreven) richt zich op de meest afhankelijke episodes en schept daarmee een beeld van de zorgbehoefte van de cliënt om deze ADL uit te voeren.

Om dit te bereiken moet informatie uit meerdere bronnen als volgt worden bijeengebracht:

  • Verzamel informatie uit meerdere bronnen (bijv., (vraag)gesprekken met de cliënt, zorgverleners en anderen).
  • Stel vragen die op alle aspecten van de ADL-definities betrekking hebben. Als u bijvoorbeeld zelfverzorging bespreekt, vraag dan hoe een cliënt zich in de ochtend wast, het haar kamt, de tanden poetst en zich scheert. Een cliënt kan op één aspect van zelfverzorging zelfstandig zijn, maar uitgebreide hulp nodig hebben op een ander aspect.
  • Observeer hoe de cliënt de lichamelijke taken uitvoert.
  • Praat met de cliënt om er zeker van te zijn wat hij/zij zelf doet bij elke ADL-activiteit en ook wat de soort en het niveau van hulp zijn die door anderen wordt gegeven.
  • Praat, indien mogelijk, met familie van de cliënt.
  • Weeg tenslotte alle antwoorden om tot een samenhangend beeld van het zelfdoen van de cliënt bij elke episode op elk gebied te komen.


Codering

De scoreniveau's voor deze items zijn als volgt:

  1. Zelfstandig — Geen hulp, gereedzetten of toezicht in de periode.
  2. Alleen hulp bij gereedzetten nodig — Voorwerp 3+ keer binnen bereik geplaatst.
  3. Toezicht — 3+ keer toezicht of aanwijzingen –OF- 1+ keer toezicht of aanwijzingen en 1-2 keer lichamelijke hulp.
  4. Beperkte hulp — 3+ keer ondersteuning bij het manoeuvreren van ledematen –OF- combinatie van manoeuvreren van ledematen en 1-2 keer uitgebreidere hulp.
  5. Uitgebreide hulp — 3+ keer gewichtsdragende ondersteuning door 1 persoon, waarbij zelf nog meer dan 50% wordt gedaan.
  6. Maximale hulp – 3+ keer gewichtdragende ondersteuning door 2+ personen -OF- gewichtsdragend bij meer dan 50% van activiteit.
  7. Totale afhankelijkheid — Alle activiteiten worden altijd door anderen uitgevoerd.
  1. Activiteit heeft zich niet voorgedaan – Gedurende de gehele periode.


De volgende zijn de ADL-Zelfdoen scoringsregels:

  1. Als alle episodes in de laatste drie dagen op het zelfde niveau van hulp zijn uitgevoerd, scoor de ADL dan op dat niveau.
    1. Let op: voor 0=Zelfstandig, 6=Totale afhankelijkheid en 8=Activiteit kwam niet voor, is dit de enige manier waarop deze niveaus kunnen worden gescoord – alle episodes moeten op deze niveaus zijn gedaan.
    2. Let op: deze regel is ook van toepassing zelfs wanneer er slechts één episode gedurende de drie dagen was (bijv., wanneer de cliënt gedurende de drie dagen zich slechts één keer verplaatste tussen plekken op de zelfde verdieping en de rest van de tijd in bed bleef, dan is de score voor Zich Verplaatsen op die ene episode gebaseerd).
  2. Als er een episode op niveau 6 was, maar ook andere episodes waarbij de cliënt minder afhankelijk was, scoor de betreffende ADL dan als 5.
  3. Anders, neem de drie meest afhankelijke episodes [of alle episodes indien minder dan 3 keer uitgevoerd]. Wanneer nu de meest afhankelijke episode een 1 is, scoor de ADL dan als 1. Zo niet, scoor de ADL als de minst afhankelijke episode in de reeks 2-5.

Voorbeelden van coderingen:

De cliënt ontving toezicht bij wandelen in huis op twee afzonderlijke gelegenheden en op nog één gelegenheid niet-gewichtontlastende hulp. Codeer “2”voor Toezicht bij Zich Verplaatsen in huis.

Redenering: Er waren in totaal 3 episodes met hulp. Toezicht was de minst afhankelijke categorie voor deze drie episodes.


De cliënt ontving in de laatste drie dagen bij één gelegenheid toezicht bij kleden, bij twee gelegenheden niet-gewichtontlastende hulp (d.w.z. een shirt dichtknopen) en bij één gelegenheid gewichtontlastende hulp (d.w.z. de arm in de mouw steken). Codeer “3” voor Beperkte hulp bij kleden boven.

Redenering: Er was 1 episode in de laatste drie dagen van toezicht en lichamelijk hulp, 2 niet-gewichtontlastende episodes en 1 gewichtontlastende episode. Beperkte hulp is dan de correcte code omdat het de minst afhankelijke categorie weergeeft die 3 of meer activiteiten omvat die zich op tenminste dat niveau van ondersteuning bevinden.


Richtlijnen bij het beoordelen van Zelfdoen bij ADL

  • De schaal bij de ADL-items wordt gebruikt om het feitelijke niveau van betrokkenheid van de cliënt in zelfzorg in de laatste drie dagen vast te leggen.
  • Leg niet uw beoordeling van de capaciteit van de cliënt voor betrokkenheid bij zelfzorg vast d.w.z. datgene wat u denkt dat de cliënt voor zichzelf kan op basis van getoonde vaardigheden of lichamelijke eigenschappen. Een beoordeling van de mogelijke capaciteit komt in Item: Potentieel voor lichamelijke verbetering aan bod.
  • Leg niet het type en niveau van de hulp vast die de cliënt volgens het opgestelde zorgplan “zou” moeten ontvangen. Het feitelijk gegeven type en niveau van hulp kan behoorlijk verschillen van wat in het zorgplan is aangegeven. Leg vast wat er werkelijk gebeurt.
  • Betrek directe zorgverleners van alle diensten die in de laatste drie dagen voor de cliënt hebben gezorgd in besprekingen over het presteren van de cliënt bij de ADL’s. Herinner de zorgverleners eraan dat alleen naar de laatste drie dagen moet worden gekeken. Stel gerichte vragen om uw eigen begrip en observaties van elke ADL-activiteit (bedbeweeglijkheid, voortbewegen, transfer, enzovoort) te verhelderen. Begin met het algemene en ga dan over naar het meer specifieke.


Voorbeeld


Hier volgt een mogelijk gesprek tussen de beoordelaar en een familielid over het opstaan uit een stoel door een cliënt die ernstig gehandicapt is.

Beoordelaar: “Vertel me eens hoe mevrouw L. uit haar stoel opstaat. Als ze eenmaal in haar stoel zit, hoe komt ze dan van zittend naar staand?”
Familielid: “Meestal herinner ik haar alleen eraan de leuningen vast te pakken als ze opstaat. Als ze dat niet doet, zou ze kunnen vallen. Maar als ik haar verteld heb hoe ze het moet doen, kan ze het zelf.”
Beoordelaar: “Hoe help je haar dan als ze echt uit haar stoel omhoog komt?”
Familielid: “Ze kan zichzelf helpen door zich aan haar stoel vast te houden. Ik zeg haar wat ze moet doen. Er zijn momenten elke dag dat ik haar arm vasthoud om haar stevigheid te bieden bij het opstaan.”
Beoordelaar: “Op hoeveel dagen in de laatste drie dagen gaf je haar dit soort type hulp?”
Familielid: “Elke dag.”

Codeer voor Transfer dat mevrouw L. een code van Zelfdoen bij ADL krijgt van “4” (Uitgebreide hulp)


Gebruik van deze vraag in uitkomsten en rapportages

De beantwoording van deze vraag wordt in de volgende rapportages en uitkomsten gebruikt:

Baden

Het in bad gaan/douchen. Omvat ook het in en uit bad of douche gaan EN hoe elk deel van het lichaam wordt gewassen: armen, boven- en onderbenen, borst, buik, bilnaad—NIET HET WASSEN VAN RUG EN HAAR.

CAP: Kans opname instelling


Schaal: ADL


Persoonlijke hygiëne

Het zich wassen aan een wastafel, inclusief haarkammen, tanden poetsen, scheren, make-up aanbrengen, gezicht en handen wassen of afdrogen—NIET BADEN EN DOUCHEN.

CAP: Kans opname instelling


Schaal: ADL

Kwaliteitsindicatoren


Kleden boven

Het aan- en uittrekken van alle kledingstukken (onder- en bovenkleren) boven het middel, ook prothesen, steungordels, ritsen, knopen, truien, enzovoort.

CAP: Kans opname instelling


Kwaliteitsindicatoren


Kleden onder

Het aan- en uittrekken van alle kledingstukken (onder- en bovenkleren) onder het middel, ook prothesen, steungordels, riemen, broeken, rokken, schoenen, ritsen, veters.

CAP: Kans opname instelling


Kwaliteitsindicatoren


Wandelen

Het wandelen van de ene plaats naar de andere op dezelfde verdieping.

CAP: Urine-incontinentie


Kwaliteitsindicatoren


Zich verplaatsen

Het zich voortbewegen (wandelen of met rolstoel) van de ene plaats naar de andere op dezelfde verdieping. Bij gebruik van een rolstoel: zichzelf kunnen voortbewegen eens men in de rolstoel zit.

Schaal: ADL


CAP: Lichaamsbeweging

Kwaliteitsindicatoren


Transfer toilet

Het op het toilet gaan en van het toilet komen.

CAP: Decubitus


Zorgzwaarte

Kwaliteitsindicatoren


Toiletgebruik

Het gebruiken van de toiletruimte (of toiletstoel, urinaal, bedpan); zichzelf reinigen na toiletgebruik of bij incontinentie, incontinentiemateriaal vervangen, omgaan met stoma of katheter, kleren in orde brengen—NIET OP OF VAN HET TOILET KOMEN.

CAP: Fecale incontinentie
De kans op vooruitgang wordt versterkt bij de volgende scores op dit item:
  • "0": Zelfstandig
  • "1": Slechts gereedzetten
  • "2": Toezicht
  • "3": Beperkte hulp


Schaal: ADL

Zorgzwaarte

Kwaliteitsindicatoren


Beweeglijkheid in bed

Het uit en in de lighouding komen, zich omdraaien en in bed de lichaamshouding aannemen.

CAP: Fecale incontinentie
Een score "6" (Totale afhankelijkheid — Volledig in de gehele periode door anderen uitgevoerd) of "8" (Activiteit kwam niet voor — Gedurende de gehele periode) op deze vraag is een factor dat het risico op achteruitgang - voor wat betreft fecale incontinentie - versterkt.


CAP: Decubitus

Zorgzwaarte

Kwaliteitsindicatoren


Eten

Het eten en drinken (ongeacht vaardigheid). Dit omvat ook het tot zich nemen van voeding op andere manieren —bijv., sondevoeding, totale parenterale voeding.

CAP: Fecale incontinentie
Het risico op achteruitgang wordt versterkt bij de volgende scores op dit item:
  • "2": Toezicht
  • "3": Beperkte hulp
  • "4": Uitgebreide hulp
  • "5": Maximale hulp
  • "6": Totale afhankelijkheid


Schaal: ADL

CPS-schaal

Zorgzwaarte

Kwaliteitsindicatoren